Herintredende advocaat

 

 

 

Een herintreder die opnieuw als advocaat beëdigd wil worden, wordt verwezen naar onderstaand artikel 3, lid 6, 7, 8 en 9 van de Verordening op de Vakbekwaamheid.

Indien u herintreder bent, ontvangt de Raad van de Orde graag een opleidingsplan waarin de cursussen en de data van de cursussen vermeld zijn, waarop u opleiding wilt volgen betrekking hebbende op een juridisch onderwerp betreffende het rechtsgebied of de rechtsgebieden waarop u als herintreder werkzaam bent of wilt zijn.

Het opleidingsplan kunt u aan het Bureau van de Orde van Advocaten Limburg zenden.

 

 

Artikel 3 Verordening op de Vakbekwaamheid

  1. De advocaat is verplicht jaarlijks aantoonbaar zijn professionele kennis en kunde te onderhouden respectievelijk te ontwikkelen op het rechtsgebied of de rechtsgebieden waarop hij werkzaam is respectievelijk wil zijn.
  2. Om aan de verplichting als bedoeld in het eerste lid te voldoen moet de advocaat jaarlijks ten minste twintig punten behalen. 
  3. Indien in enig jaar aan het bepaalde in het vorige lid niet wordt voldaan, voldoet de advocaat desondanks aan de verplichting in het eerste lid, indien hij in dat jaar ten minste 10 punten heeft behaald en in dat jaar en de twee daaraan voorafgaande jaren samen ten minste 60 punten heeft behaald.
  4. Het aantal bedoeld in het tweede en derde lid neemt naar evenredigheid af ingeval deze verordening in enig jaar minder dan elf maanden op de advocaat van toepassing is geweest.
  5. De Algemene Raad stelt – gehoord het College van Afgevaardigden – over het bepaalde in de voorgaande leden nadere regels.
  6. Onverminderd hetgeen verplicht is gesteld in de voorgaande leden is de advocaat die vóór inschrijving meer dan één jaar niet als advocaat ingeschreven heeft gestaan, verplicht in het eerste jaar na zijn inschrijving aanvullend twintig punten te behalen met opleiding betrekking hebbend op een juridisch onderwerp betreffende het rechtsgebied of de rechtsgebieden waarop hij werkzaam is of wil zijn.
  7. Van de verplichting als bedoeld in het voorgaande lid kan de Raad van de Orde op schriftelijk verzoek van de heringetreden advocaat geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen voor zover de heringetreden advocaat genoegzaam aantoont dat hij geheel of gedeeltelijk voldoet aan de eisen van professionele kennis betreffende het rechtsgebied of de rechtsgebieden waarop hij werkzaam is of wil zijn. Het verzoek dient binnen vier weken na beëdiging te worden ingediend.
  8. De Raad van de Orde kan aan de vrijstelling als bedoeld in het voorgaande lid voorwaarden verbinden.
  9. In afwijking van het bepaalde in het zesde lid kan de Raad van de Orde bepalen dat een gedeelte van het te behalen aantal punten, doch niet meer dan de helft, betrekking heeft op de professionele kunde van de advocaat.
  10. Tegen een beschikking van de Raad van de Orde ingevolge het zevende, achtste of negende lid staat voor belanghebbenden administratief beroep open bij de Algemene Raad. De hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.